|
Terug naar www.operatiekelk.be Paul Quirynen, Ides Nicaise, Sabine Van Huffel, Marc Eneman en Hans Geybels zijn leden van denktank Logia, maar schrijven in eigen naam. Zij stellen dat ‘de kerk al veel verder is gegaan dan de Belgische wet voorschrijft’.
De VRT-documentaire Brief aan de paus wekt de indruk dat de kerk haast niets heeft gedaan voor de slachtoffers van seksueel misbruik in haar rangen. Het dossier kindermisbruik bevat wellicht de zwartste bladzijden uit de kerkgeschiedenis van Vlaanderen en is nu al vijftien jaar onafgebroken aanwezig in de media. Eén drama werd duidelijk: heel wat jongeren werden slachtoffer van pedofilie, met als verzwarende omstandigheid dat daders van deze misdrijven priesters waren, tot en met een bisschop. In 2010 was er zeker sprake van een moeizame zoektocht naar juiste antwoorden op de vreselijke vragen die werden gesteld. Gelukkig heeft de zienswijze van de toenmalige Vlaamse bisschoppen Johan Bonny en Jozef De Kesel, gesteund door heel wat academici, het gehaald om al toen prioritair aandacht te geven aan de slachtoffers en de aangehaalde feiten als waarheid te aanvaarden. Ondanks de schijn die door Brief aan de paus wordt gewekt, is er sinds 2010 bereidheid om samen met het parlement en de politieke wereld oplossingen na te streven voor juridische problemen die de kerk overstijgen. Ondanks wat bepaalde advocaten en slachtoffers blijven beweren, heeft de kerk de voorbije jaren heel wat inspanningen geleverd, onder meer door het aanvaarden van het principe dat geen verjaring zou worden ingeroepen voor feiten die juridisch verjaard zijn, door de oprichting van meldpunten en de inlassing van screeningsmechanismen. Daarnaast werd het principe aanvaard dat schade dient te worden vergoed volgens de richtlijnen die door de Belgische rechtbanken worden aangewend. Ook werden in elk bisdom en binnen de Unie van Religieuzen opvangpunten voor slachtoffers opgericht, waar via bemiddelingsprocedures werd gezocht naar heling van wonden en vergoeding van schade. De kerk werkte constructief mee aan hoorzittingen van het federaal parlement en andere instellingen en aanvaardde een arbitrageregeling voor alle slachtoffers van deze misdrijven die daaraan wilden meewerken. Daarnaast werden fondsen ter beschikking gesteld via de Stichting Dignity voor de vergoeding van slachtoffers en werd aanvaard dat het instituut kerk financiële compensatie zou betalen voor individuele daders, die naar recht uiteindelijk zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden en de gevolgen ervan. Er werden initiatieven opgestart inzake de vorming van medewerkers en de screening van bestaande structuren. Ook werden herdenkingsmomenten georganiseerd en een interdiocesane commissie voor preventie in de brede zin opgericht. Daders van verjaarde feiten werden opgevolgd via kerkelijke sancties, waarbij zij niet langer publiek mochten optreden als priester. Binnen de kerk is nu bespreekbaar geworden dat pijnlijke feiten uit het verleden ernstig moeten worden genomen, dat blijvend respect voor slachtoffers noodzakelijk is en dat vragen om hulp en bijstand steeds moeten worden beantwoord. Als richtlijnen voor schadevergoedingen wordt gebruikgemaakt van de indicatieve tabellen die ook door de Belgische rechtbanken worden aangewend. De kerk maakt als enige geen gebruik van het verjaringsprincipe en heeft ook vergoedingen uitgekeerd voor dossiers uit een ver verleden. Wat de hoogte van de bedragen betreft, heeft de kerk in vele dossiers de limieten van de rechtbanken vaak en soms zelfs ruim overschreden. Veel slachtoffers worden zo erkend en daadwerkelijk geholpen via arbitrage, bemiddeling en erkenningsgesprekken met religieuzen of bisschoppen. Veel medewerkers van de kerk hebben honderden uren met slachtoffers gesproken en zijn zo tochtgenoot geweest van mensen met kwetsuren uit vaak een ver verleden. Geen enkel bedrag kan de schade van een misdrijf vergoeden en geen enkele ouder kan een som noemen die zou overeenstemmen met het verlies van een kind door een verkeersongeval of met kwetsuren van een seksueel misdrijf. In afwachting van een globale en ruimere regeling door de overheid voor alle slachtoffers heeft de kerk recent nog aanvullende vergoedingen toegekend van 3.000 euro per slachtoffer extra voor psychologische begeleiding. Toch blijven in de media stemmen klinken dat de kerk haast niets heeft gedaan met het leed dat door haar vroegere medewerkers is veroorzaakt. De problematiek van grensoverschrijdend gedrag, toxisch handelen en pedofilie is binnen de kerk meer dan ooit zichtbaar geworden. De maatschappelijke vraag is hoe men tot waarheid en heling kan komen. Dat kan onder meer via financiële vergoedingen, maar vooral doordat de kerk haar fouten toegeeft en die ook persoonlijk in gesprekken met slachtoffers erkent. De kerk is al veel verder gegaan dan de Belgische wet voorschrijft. Als de wetgever vindt dat de kerk onvoldoende heeft gedaan, moeten de wetten worden aangepast. Concreet ondersteunen we de oprichting van een fonds voor slachtoffers van misdrijven met een seksueel karakter naar analogie met het slachtofferfonds voor opzettelijke misdrijven, gespijsd door daders (zelf) van deze misdrijven. Misschien zullen sommige slachtoffers niet tevreden zijn omdat uitgekeerde vergoedingen begrensd zijn daar menselijk leed nauwelijks in geld waardeerbaar is, maar eerlijk spreken binnen de samenleving is broodnodig in deze problematiek. Ook dat zorgt voor heling.
|