Transcriptie volledige tussenkomst Werner Somers voor het parlement op 23/04/2026 mbt de stemming Onderzoek dysfuncties Operatie kelk

Terug naar www.operatiekelk.be
Terug naar Bericht 77                

Als volgende spreker heb ik meneer Somers.

Dank u wel, meneer de voorzitter.

Collega's, er zijn weinig thema's die de maatschappij zozeer beroeren als seksueel misbruik en in het bijzonder het seksueel misbruik van minderjarigen.

Wanneer dat misbruik zich ook nog eens voordoet binnen een instelling die zichzelf presenteert als een moreel kompas, als belichaming van het goede en als behoeder van de zwaksten, dan is de verontwaardiging daarover terecht des te groter.

Slachtoffers van seksueel misbruik in een pastorale relatie werden niet alleen misbruikt, maar ze werden al de vaak ook genegeerd of zelfs verdacht gemaakt.

Feiten werden ontkend of vergoelijkt.

Of, om een in deze context enigszins misplaatste uitdrukking te gebruiken, ze werden met de mantel der liefde bedekt.

Daders werden niet altijd ter verantwoording geroepen, maar geregeld verplaatst naar een andere parochie, een andere regio of zelfs een ander land, waar ze opnieuw slachtoffers konden maken.

En dat gebeurde niet incidenteel, maar structureel.

We zien in tal van landen hetzelfde patroon.

De kerk draagt hiervoor een verpletterende verantwoordelijkheid en naast tal van andere factoren heeft dat ongetwijfeld mee bijgedragen tot de ontkerkelijking die zich de afgelopen decennia in snel tempo heeft voltrokken.

Ik wil daarbij overigens beklemtonen dat de kerk ook zeer veel goeds heeft gedaan voor onze samenleving, onder meer op het gebied van onderwijs, zorg en liefdadigheid.
En vergeten we ook niet dat onze Europese beschaving zonder het christendom gewoonweg ondenkbaar zou zijn.

De mechanismen die ertoe hebben geleid dat seksueel misbruik binnen de kerk werd weggemoffeld en dat de slachtoffers niet de erkenning kregen die zij verdienden, zijn overigens niet uniek voor de kerk.

Net zomin als enkel kerkelijke gezagsdragers en religieuzen, zich bezondigen of bezondigd hebben aan seksueel misbruik, geeft de kerk het monopolie op het toedekken van stinkende potjes.

Het is een fenomeen dat vooral gedijdt in een omgeving waarin het welzijn van het individu ondergeschikt wordt gemaakt aan de zogenaamde goede naam van de instelling of wat daarvoor moet doorgaan.

Het kan bijvoorbeeld ook gaan om de goede naam van de sportclub, van de school, van de jeugdbeweging of van de politieke partij.

Wat de zaak van de slachtoffers van seksueel misbruik binnen de katholieke kerk extra pijnlijk maakt, is dat zij eigenlijk een tweede maal het slachtoffer zijn geworden.
Ditmaal het slachtoffer van een falend justitieel apparaat.

Operatie Kelk heeft heel wat slachtoffers hoop gegeven.
De hoop dat eindelijk gerechtigheid zou geschieden

De hoop dat de daders na al die jaren eindelijk verantwoording zouden moeten afleggen over de vreselijke feiten die ze hadden begaan.

Jammer genoeg is dat grotendeels valse hoop gebleken.

Het strafrechtelijk onderzoek zal uiteindelijk op niets uitdraaien.

Omdat de feiten verjaard zijn, of de daders overleden blijken te zijn.

Operatie Kelk was dus een maat voor niets.

Het was een gerechtelijke miskleun.

Frederik van Leeuw, die het dossier in 2014 als federaal procureur overnam van zijn voorganger Johan Delmulle, zei daarover tijdens de hoorzitting van 21 maart 2025 het volgende.
Mijn standpunt en ook het standpunt van de vorige federale procureur was dat de feiten van het dossier spijtig genoeg waren verjaard of dat de meeste daders gewoon waren gestorven.
Van in het begin wisten we dat het dossier verjaard en dat de meeste vermoedelijke daders reeds waren gestorven.
Voor een aantal feiten gold dat de daders al veroordeeld waren in een andere procedure.

Op het einde was er daarom sprake van dubbele victimisatie.

Wij, de heer Delmulle en ikzelf zijn altijd duidelijk geweest in onze vorderingen sinds 2015.

We waren van mening dat justitie volgens het huidige kader van de wet niets te bieden had in dit dossier.
Einde citaat.

De eerste eindvordering van het federaal parket, die op 19 november 2015 werd bezorgd aan onderzoeksrechter de Troy, bevatte inderdaad reeds een buitenvervolgingsstelling.
En hetzelfde geldt voor de tweede eindvordering uit 2020 en de derde eindvordering van 19 april 2024.

Op basis van die derde eindvordering gaf de Raadkamer van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg op 17 februari 2025 een beschikking tot buitenvervolgingsstelling en daartegen werd door één burgerlijke partij hoger beroep ingesteld.

Met mijn weten is er nog altijd na meer dan 15 jaar geen einduitspraak in deze procedure.

Dat het allemaal met een sisser zou aflopen kon eigenlijk al vanaf het begin worden voorzien.
Zodat operatie Kelk op de keper beschouwd ook nog eens een gigantische verspilling is geweest van middelen, tijd en energie.

Ik citeer hier opnieuw gewezen federale procureur Van Leeuw tijdens de hoorzitting van 21 maart vorig jaar.

Onze justitie heeft veel meer middelen nodig.
Dus de justitie gaat sowieso al gebukt onder een schrijnend, onder een chronisch gebrek aan middelen.

Dus meneer Van Leeuw zegt, onze justitie heeft veel meer middelen nodig.

Ik hoor nu gelukkig dat niets zal worden bespaard op justitie.

Wanneer het huis echter al vijftien of twintig jaar een ruïne is en er wordt beslist om nu geen besparingen te doen, dan vraag ik meer.

Ik vraag echte restauratiewerken voor justitie.
Einde citaat.

Ik kan deze woorden van de heer Van Leeuw alleen maar onderschrijven.

Justitie is een kerntaak van de staat, maar het is volgens mij in een Belgische context, gelet op de rampzalige budgettaire situatie, een utopie dat er ooit voldoende middelen zullen kunnen worden vrijgemaakt voor justitie.

Ook daarom is een Vlaamse staat een bittere noodzaak.

Het Belgische fort is immers niet meer op te lappen.

Tussen enerzijds de inleidende vordering van het Brusselse parket van 21 juni 2010 tot instelling van een gerechtelijk onderzoek en anderzijds de beschikking van de Raadkamer tot buitenvervolgingsstelling van 17 februari 2025 liggen meer dan veertien jaar.

Zoals ook de Hoge Raad voor de Justitierechts concludeerde in zijn verslag uit 2024 over het bijzonder onderzoek Kelk, duurde het onderzoek in operatie Kelk ongewoon lang naar de maatstaven van een correctionele procedure.

Volgens het verslag van de Parlementaire Onderzoekscommissie is de buitensporige duur het resultaat van een combinatie van factoren, waaronder de complexe en onduidelijke regelgeving, de opeenvolging van onderzoeksrechters en de gebrekkige dossieroverdrachten, de vele procedurele incidenten en het archaïsche beheer van het strafdossier.
In bepaalde periodes lag het onderzoek gedurende maanden of zelfs jaren stil, zonder dat daarvoor een aanwijsbare reden bestond.

Symptomatisch voor het procedurele slagveld dat operatie Kelk geworden is, is de juridische strijd over de geldigheid van de inbeslagnames tijdens de huiszoekingen te Mechelen in het aartsbischoppelijk paleis en in de woning en het kantoor van kardinaal Daneels op 24 juni 2010.

Ik zou hier een volledig overzicht kunnen geven van allemaal die procedurele veldslagen die er gestreden zijn daarover.

Het begon al in 13 augustus 2010 met een uitspraak van de Brusselse Kamer van een beschuldigingsstelling en dan volgen er telkens weer Verbrekingen door het Hof van Cassatie, terugverwijzingen of doorverwijzingen naar een anders samengestelde Kamer van Inbeschuldigingsstelling, die dan opnieuw het zij die huiszoekingen in Mechelen geldig verklaarde of nietig verklaarde, dat werd dan weer verbroken door het Hof van Cassatie.

Het ging zomaar verder totdat uiteindelijk In 2012 de Kamer van Inbeschuldigingsstelling heeft geoordeeld dat de huiszoekingen in het aartsbischoppelijk paleis en in het kantoor en de woning van Godfried Danneels ongeldig waren en dat de in beslag genomen stukken en dossiers uit het strafdossier moesten worden verwijderd en moesten worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg.

Het verzoek van het aardsbisdom Mechelen-Brussel en van de kardinaal tot teruggeven van de dozen en stukken die bij die huiszoekingen in beslag werden genomen, werd toen afgewezen.

Maar uiteindelijk, op 20 maart 2014, beval de Brusselse Kamer van in beschuldigingsstelling op verzoek van het aarsbisdom Mechelen-Brussel, de teruggave van alle voorwerpen en documenten die bij die huiszoekingen in beslag waren genomen.

Dit zogezegd ter uitvoering van het arrest van de KI van 18 december 2012, terwijl uit dat arrest juist voortvloeide dat de stukken moesten blijven op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.

Ik ga niet ingaan op alle factoren die in onderlinge combinatie de buitensporig lange duur van het onderzoek in operatie Kelk kunnen verklaren.

Ik zou wel even willen stilstaan bij de rol die de spanningen en het verschil in visie tussen de diverse gerechtelijke actoren daarbij hebben gespeeld.

Spanningen en meningsverschillen die minstens ten dele het gevolg lijken te zijn van de uiteenlopende levensbeschouwelijke overtuigingen van de betrokken personen.

Een aantal van de protagonisten had namelijk ontegensprekelijk een uitgesproken katholiek of vrijzinnig profiel.

Het is overigens ongetwijfeld in die levensbeschouwelijk geladen sfeer dat procureur-generaal Marc de le Cour besloot om een zogenaamd multiconfessioneel team van magistraten te belasten met het onderzoek naar de rechtsgeldigheid van de huiszoekingen en inbeslagnames van 24 juni 2010.
Zo'n multiconfessioneel team is toch wel een unicum, denk ik, in de Belgische gerechtelijke geschiedenis. Dat betekent dat er etiketten, levensbeschouwelijke etiketten, worden geplakt op magistraten. Wat toch wel ten zeerste verontrustend is.

Spanningen en meningsverschillen waren er onder meer binnen het Brusselse parket

Tussen het parket en het parket-generaal en tussen opeenvolgende onderzoeksrechters, waarbij op een bepaald moment onderzoeksrechters zelfs strafklachten tegen elkaar indienden.

De veelvuldige spanningen binnen justitie hebben niet bijgedragen tot de voortgang en het goede verloop van het onderzoek, zoals eufemistisch wordt opgemerkt in het verslag van de Parlementaire Onderzoekscommissie.

Die spanningen zijn er voor een groot deel te wijten aan de wijze waarop operatie Kelk van start is gegaan.

Het begon allemaal met een zeer vage inleidende vordering waarmee het Brusselse parket de onderzoeksrechter adviseerde.

Op 21 juni 2010 nam Brussels substituut Liesbeth Verlinden een vordering tot het instellen van een rechtelijk onderzoek.

Ten einde, ik citeer "tegen X de ten laste legging uit te maken van als dader of mededader aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op de persoon van een minderjarige jonger dan 16 jaar plus gezag."

Op dat ogenblik was er van schuldig verzuim nog geen sprake.

De inleidende vordering kwam er op basis van twee verklaringen van mevrouw Halsberghe en beoogde de inbeslagname van de dossiers van de naar haar genoemde commissie Halsberghe die even voordien waren gedeponeerd in het Rijksarchief.

Mevrouw Halsberghe was de voorzitter van de in 2000 opgerichte interdiocesane commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik in een pastorale relatie.

Op 24 juni 2010 ging onderzoeksrechter de Troy echter niet alleen over tot huiszoekingen en inbeslagnames te Brussel in het Rijksarchief, maar tevens op vier andere plaatsen, waaronder te Mechelen, in de Sint-Rombouts-kathedraal in het aartsbischoppelijk paleis, en in de woning en het kantoor van kardinaal Danneels, en te Leuven bij de commissie Adriaenssens, de opvolger van de commissie Halsberghe.

De honderden dozen die door een raam van de zolder van het aartsbischoppelijk paleis naar buiten in een vrachtwagen werden gegooid, leverden spectaculaire beelden op.

Volgens Liesbeth Verlinden, die als substituut binnen de sexy zeden van het Brusselse parket de titularis van het dossier Operatie Kelk was, kreeg de onderzoeksrechter samen met de vordering tot het instellen van een rechtelijk onderzoek slechts twee pv's, waarin het enkel ging over de dossiers van de commissie Halsberghe.
Het ging in die pv's niet over feiten of dossiers waar ook te landen.

Dat heeft mevrouw Verlinden letterlijk verklaard in de Parlementaire Onderzoekscommissie.

Zij heeft tijdens de hoorzitting van 8 januari 2025 ook expliciet verklaard dat de inbeslagname van de dossiers van de commissie Adriaenssens en de huiszoekingen en inbeslagnames te Mechelen allemaal gebeurden op basis van een beslissing van onderzoeksrechter de Troy
Zijzelf was er destijds van overtuigd dat de huiszoeking bij de commissie Adriaenssens in Leuven zeker de saizine van de onderzoeksrechter overschreed.

De dag na de omstreden huiszoekingen van 24 juni 2010 in onder meer Leuven en Mechelen bezorgde mevrouw Verlinden aan onderzoeksrechter de Troy een uitbreidende vordering lastens X uit hoofden van schuldig verzuim.

In het verslag van het bijzonder onderzoek van de Hoge Raad voor Justitie staat hierover te lezen dat sommige tijdens het onderzoek gehoorde personen de indruk hadden dat, ik citeer, met de uitbreidende vordering van 25 juni 2010 er iets gerechtvaardig moest worden ten aanzien van de huiszoekingen die daags voordien waren gebeurd.
Mevrouw Verlinden verklaarde hierover tijdens de hoorzitting voor de Parlementaire Onderzoekscommissie dat de uitbreidende vordering er was gekomen op verzoek van de onderzoeksrechter.
Haar uitleg, dat de dossiers toch al massaal in beslag waren genomen, lijkt de these van een rechtvaardiging post factum te bevestigen.

Onderzoeksrechter de Troy zelf had het voor de onderzoekscommissie trouwens ook over, ik citeer, het bijkomend vorderen van iets wat reeds aan de gang was.

Ook al ontkende hij nadrukkelijk dat het ging om een rechtszetting van wat verkeerd gelopen was.

De eindeloze procedureslag waarbij het ene na het ander arrest van de Kamer van Inbeschuldigingsstelling werd gewezen, gevolgd door cassatieberoepen en doorverwijzingen, is het gevolg van de controverse over de vraag of de onderzoeksrechter op 24 juni 2010 al dan niet zijn saizine had overschreden.

Zoals de onderzoekscommissie in haar verslag opmerkt, hebben de initiële procedure-incidenten en de nasleep daarvan een blijvende impact gehad op het verloop van het gerechtelijk onderzoek.

Daarbij komt dat in dit uitermate delicate dossier geen voorafgaandelijk overleg tussen het Brusselse parket en het parket-generaal plaatsvond over de aanpak van operatie Kelk en over de huiszoeking.

Dat heeft geleid tot grote argwaan bij het parketgeneraal.

En dat verklaart natuurlijk de vele dienstbrieven waarmee procureur-generaal Marc de Le Cour er bij procureur Bulthé op aandrong om duidelijkheid te verschaffen over het onderzoek.

De eerste dienstbrief dateert van onmiddellijk na de huiszoekingen van 24 juni 2010.
De procureur-generaal wilde weten wat nu het precieze voorwerp van het onderzoek was en hij wees erop dat de bewoordingen van de inleidende vordering nogal breedvoerig en onduidelijk waren.

De door het enigszins ontstuimige optreden van de onderzoeksrechter gewekte argwaan van het parket-generaal, verklaart mijn zin ziens tevens waarom reeds in een ongewoon vroeg stadium van het gerechtelijk onderzoek, namelijk op 30 juli 2010, de controle van de regelmatigheid van de rechtspleging door de Kamer van Inbeschuldigingsstelling werd gevorderd.

Bij arrest van 18 december 2012 heeft de Brusselse Kamer van in beschuldigingsstelling uiteindelijk expliciet geoordeeld dat de huiszoekingen te Mechelen, in het aartsbischoppelijk paleis en in het kantoor en de woning van kardinaal Danneels neerkwamen op een verboden fishing expedition.

Dat staat letterlijk in dat arrest van de KI te lezen.

En de KI was ook van oordeel dat gelet op de omvang van de overschrijding van de cezine, moest worden aangenomen dat de onderzoeksrechter doelbewust zijn cezine had overschreden.

Het tegen dat arrest ingestelde cassatieberoep werd verworpen.

Ongeveer twee jaar voordien, op 22 december 2010, had de Kamer van in beschuldigingsstelling reeds geoordeeld dat de inbeslagnames van de dossiers van de commissie Adriaenssens te leuven nietig waren.

Tegen dat arrest werd door geen enkele partij cassatieberoep ingesteld, zodat dit oordeel toen al onherroepelijk werd.

Ik wil even ingaan op het lot van de commissie Adriaenssens.

Commissie Adriaenssens heette officieel de commissie voor de behandeling van klachten over seksueel misbruik in een pastorale relatie en was genoemd naar haar voorzitter kinderpsychiater Peter Adriaenssens.

Het was de opvolger van de commissie Halsberghe.

Na het ontslag van de Brugse Bischop van Geluwe op 23 april 2010, omdat die man kennelijk zijn neef had misbruikt toen die nog minderjarig was, explodeerde het aantal klachten dat de commissie Adriaenssens in ontvangst nam.

In totaal hing het om 475 klachten.

Al die dossiers werden op 24 juni 2010 in beslag genomen.

Waarmee er een abrupt einde kwam aan de werkzaamheden van de commissie Adriaenssens, want dokter Adriaenssens hield het enkele dagen later voor bekeken en diende zijn ontslag in mede namens de overige leden van de commissie Adriaenssens.

De honderden slachtoffers die hun vertrouwen hadden gesteld in Peter Adriaenssens en die na vele jaren stilzwijgen hun schroom hadden overwonnen om hun verhaal te vertellen over wat hun was overkomen, werden ongewild betrokken in een gerechtelijke procedure, terwijl in de meeste gevallen de feiten reeds jaren verjaard.

Ze kregen hun dossier nooit terug, ook al werd de inbeslagname ervan zoals gezegd reeds in december 2012 nietig verklaard en werden de stukken uit het dossier verwijderd.

Niemand heeft zich sindsdien iets aangetrokken van het leed van de betrokken slachtoffers dat nog werd verergerd door de onrechtmatige inbeslagname van hun dossier.

Justitie, nog de kerk, heeft iets ondernomen om hun leed of dat van hun familie te verzachten.

In zekere zin werden zij eerst het slachtoffer van seksueel misbruik in de kerk en nadien ook nog eens van operatie Kelk.

Tevens werd hun privacy in hoge mate geschonden, te meer dan de onderzoeksrechter aan de advocaten van bepaalde andere partijen inzage verleende in hun dossier.

Achteraf bezien, en zeker in het licht van het feit dat in de meeste gevallen allang verjaard waren, is het legitiem om de vraag te stellen of het niet beter zou zijn geweest om de commissie Adriaansens haar werkzaamheden in alle sereniteit te laten voortzetten, ver weg van de schijnwerpers van de media.

Tijdens de voorzitting van 21 maart 2025 heb ik overigens die vraag gesteld aan voormalig minister van Justitie Stefaan de Klerck.

En hij antwoordde daarop het volgende.

Ik citeer.

U vraagt of ik dat spijtig vond.

Ik vond dat inderdaad spijtig.

Dat was ook de reden waarom ik informatie ingewonnen heb bij de procureur-generaal en gevraagd heb of dat in overleg is gebeurd.

Achteraf denk ik dat veel slachtoffers beter geholpen hadden kunnen worden mocht die commissie haar normale werk hebben kunnen voortzetten.

Met die multidisciplinaire aanpak waarbij een dossier naar justitie ging als het moest en anders naar allerhande specialisten.

Einde citaat.

Ik ben geneigd, dames en heren, om deze mening te onderschrijven.

De justitiële aanpak biedt immers niet altijd de grootste kans op succes.

En uiteraard al helemaal niet voor slachtoffers van feiten die al decennia verjaard zijn.

Slachtoffers van verjaard seksueel misbruik hebben vooral behoefte aan erkenning en hulp.

De vele middelen die zijn opgeslorpt door operatie Kelk, die uiteindelijk is uitgedraaid op een gerechtelijk fiasco, hadden misschien beter kunnen worden aangewend om er een herstelfonds voor de erkende slachtoffers van verjaard seksueel misbruik mee te spijzen.

Waaraan vanzelfsprekend een zeer grote bijdrage dient te worden geleverd door de katholieke kerk.

Operatie Kelk, collega's, begon enigszins als een verfilming van een roman van Dan Brown, waarbij vooral het openbreken van de graven van kardinaal Mercier en kardinaal Sunens in de crypten van de Sint-Rombouts-kathedraal op zoek naar een geheime bergplaats van dossiers van kindermisbruik in de kerk tot de verbeelding spreekt.

Gaandeweg ging Operatie Kelk echter bij momenten lijken op de legendarische televisiereeks De Collega's.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de verdwijning van de 445 originele processen verbaal van de federale gerechtelijke politie van Brussel ergens in 2012.

Het klopt dat de regelmatigheid van de rechtspleging hierdoor volgens de tarrest van de Kamer van Inbeschuldigingsstelling van 21 februari 2013 niet werd aangetast omdat naderhand eensluidende afschriften van de verdwenen pv's toegevoegd werden aan het dossier.

Maar Het verhaal, collega's, van de verdwijning van 445 processen verbaal op het kabinet van onderzoeksrechter de Troy, is toch wel hallucinant.
De officiële versie gaat als volgt.

In september 2011 ging de griffier van onderzoeksrechter met zwangerschapsverlof.

Hoewel mevrouw Koppens werd vervangen, kwam zij tijdens haar verlof toch nog regelmatig langs op het kabinet om verder te werken aan het dossier Kelk.

Dit omdat de nieuwe griffier, die haar tijdens haar zwangerschapsverlof verving, door de onderzoeksrechter niet bekwam of niet geschikt werd geacht om zich met het dossier Kelk bezig te houden.

Mevrouw Koppes nam regelmatig dossiers mee naar huis.

Op een dag stonden er drie grote plastic zakken klaar om meegenomen te worden door haar.

En de volgende dag merkte onderzoeksrechter de Troy en mevrouw Koppes dat die zakken er niet meer waren.

De nieuwe griffier, die dus niet mocht werken aan het dossier Operatie Kelk, legde daarover een verklaring af, die werd geacteerd in een proces verbaal.

Het werd opgemaakt door mevrouw Callewaert, de opvolger van onderzoeksrechter de Troy.
Laat ons zeggen dat mevrouw Callewaert en meneer De Troy niet bepaald de beste vrienden waren.

Vandaar ook de wederzijdse klachten die zij tegen elkaar indienden.

Volgens die verklaring van de nieuwe griffier...

Hoorde zijn mevrouw Koppens tegen de heer Detroit zeggen dat zich in een van de verdwenen zakken de originele pv's van operatie Kelk bevonden.

Vervolgens zal zijn mevrouw Koppens hebben horen bellen naar haar partner die niemand minder was dan procureur des Konings Bruno Bulté.

Dus dat is ook iets waar de Hoge Raad voor Justitie trouwens een opmerking over gemaakt.

Volgens de Hoge Raad voor Justitie is dat ook een dysfunctie dat dus de partner van de procureur Desconings werkzaam is op het kabinet van de onderzoeksrechter.
De verdwenen pv's mogen dan al vervangen zijn door eensluidende afschriften.

Het blijft een feit dat die originele pv's van de federale gerechtelijke politie nooit zijn teruggevonden.

Het blijft een mysterie hoe ze zijn verdwenen en waar ze naartoe zijn.

In het beste geval zijn ze per vergissing misschien meegenomen door een poetsvrouw en zijn ze in een container beland, maar voor hetzelfde geld zijn ze terechtgekomen in verkeerde handen en liggen de verklaringen van de slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk als het ware te grabbel op straat.
Het verhaal van de 445 Verdwenen PV's getuigt dus niet alleen van een ongelofelijk amateurisme van justitie, dat volstrekt onaanvaardbaar is in een delicate zaak als operatie Kelk, maar betekent dus nog maar eens een potentiële grove schending van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.

Collega's, dames en heren, ik maakte reeds de vergelijking met de televisiereeks De Collega's.

Dit wordt algemeen beschouwd als een tragicomische reeks.

Mocht het hier niet gaan over een zo ernstige zaak als seksueel misbruik in de kerk, dan zou ook operatie Kelk kunnen worden beschouwd als één langgerekte tragicomedie.

Maar omdat de slachtoffers van seksueel misbruik hierdoor voor het leven getekend zijn, zal ik het houden op de omschrijving van operatie Kelk als een tragische en pijnlijke miskleun.

Een gerechtelijk fiasco over de hele lijn.

En dat, dames en heren, is alles behalve om te lachen.

Dank u wel, meneer Somers.