|
Transcriptie volledige tussenkomst Werner
Somers voor het parlement op 23/04/2026 mbt de stemming Onderzoek
dysfuncties Operatie kelk
Terug naar
www.operatiekelk.be
Terug naar
Bericht 77
Als volgende spreker heb ik meneer Somers.
Dank u wel, meneer de voorzitter.
Collega's, er zijn weinig thema's die de maatschappij zozeer beroeren als
seksueel misbruik en in het bijzonder het seksueel misbruik van
minderjarigen.
Wanneer dat misbruik zich ook nog eens voordoet binnen een instelling die
zichzelf presenteert als een moreel kompas, als belichaming van het goede
en als behoeder van de zwaksten, dan is de verontwaardiging daarover
terecht des te groter.
Slachtoffers van seksueel misbruik in een pastorale relatie werden niet
alleen misbruikt, maar ze werden al de vaak ook genegeerd of zelfs
verdacht gemaakt.
Feiten werden ontkend of vergoelijkt.
Of, om een in deze context enigszins misplaatste uitdrukking te gebruiken,
ze werden met de mantel der liefde bedekt.
Daders werden niet altijd ter verantwoording geroepen, maar geregeld
verplaatst naar een andere parochie, een andere regio of zelfs een ander
land, waar ze opnieuw slachtoffers konden maken.
En dat gebeurde niet incidenteel, maar structureel.
We zien in tal van landen hetzelfde patroon.
De kerk draagt hiervoor een verpletterende verantwoordelijkheid en naast
tal van andere factoren heeft dat ongetwijfeld mee bijgedragen tot de
ontkerkelijking die zich de afgelopen decennia in snel tempo heeft
voltrokken.
Ik wil daarbij overigens beklemtonen dat de kerk ook zeer veel goeds heeft
gedaan voor onze samenleving, onder meer op het gebied van onderwijs, zorg
en liefdadigheid.
En vergeten we ook niet dat onze Europese beschaving zonder het
christendom gewoonweg ondenkbaar zou zijn.
De mechanismen die ertoe hebben geleid dat seksueel misbruik binnen de
kerk werd weggemoffeld en dat de slachtoffers niet de erkenning kregen die
zij verdienden, zijn overigens niet uniek voor de kerk.
Net zomin als enkel kerkelijke gezagsdragers en religieuzen, zich
bezondigen of bezondigd hebben aan seksueel misbruik, geeft de kerk het
monopolie op het toedekken van stinkende potjes.
Het is een fenomeen dat vooral gedijdt in een omgeving waarin het welzijn
van het individu ondergeschikt wordt gemaakt aan de zogenaamde goede naam
van de instelling of wat daarvoor moet doorgaan.
Het kan bijvoorbeeld ook gaan om de goede naam van de sportclub, van de
school, van de jeugdbeweging of van de politieke partij.
Wat de zaak van de slachtoffers van seksueel misbruik binnen de katholieke
kerk extra pijnlijk maakt, is dat zij eigenlijk een tweede maal het
slachtoffer zijn geworden.
Ditmaal het slachtoffer van een falend justitieel apparaat.
Operatie Kelk heeft heel wat slachtoffers hoop gegeven.
De hoop dat eindelijk gerechtigheid zou geschieden
De hoop dat de daders na al die jaren eindelijk verantwoording zouden
moeten afleggen over de vreselijke feiten die ze hadden begaan.
Jammer genoeg is dat grotendeels valse hoop gebleken.
Het strafrechtelijk onderzoek zal uiteindelijk op niets uitdraaien.
Omdat de feiten verjaard zijn, of de daders overleden blijken te zijn.
Operatie Kelk was dus een maat voor niets.
Het was een gerechtelijke miskleun.
Frederik van Leeuw, die het dossier in 2014 als federaal procureur overnam
van zijn voorganger Johan Delmulle, zei daarover tijdens de hoorzitting
van 21 maart 2025 het volgende.
Mijn standpunt en ook het standpunt van de vorige federale procureur was
dat de feiten van het dossier spijtig genoeg waren verjaard of dat de
meeste daders gewoon waren gestorven.
Van in het begin wisten we dat het dossier verjaard en dat de meeste
vermoedelijke daders reeds waren gestorven.
Voor een aantal feiten gold dat de daders al veroordeeld waren in een
andere procedure.
Op het einde was er daarom sprake van dubbele victimisatie.
Wij, de heer Delmulle en ikzelf zijn altijd duidelijk geweest in onze
vorderingen sinds 2015.
We waren van mening dat justitie volgens het huidige kader van de wet
niets te bieden had in dit dossier.
Einde citaat.
De eerste eindvordering van het federaal parket, die op 19 november 2015
werd bezorgd aan onderzoeksrechter de Troy, bevatte inderdaad reeds een
buitenvervolgingsstelling.
En hetzelfde geldt voor de tweede eindvordering uit 2020 en de derde
eindvordering van 19 april 2024.
Op basis van die derde eindvordering gaf de Raadkamer van de Brusselse
rechtbank van eerste aanleg op 17 februari 2025 een beschikking tot
buitenvervolgingsstelling en daartegen werd door één burgerlijke partij
hoger beroep ingesteld.
Met mijn weten is er nog altijd na meer dan 15 jaar geen einduitspraak in
deze procedure.
Dat het allemaal met een sisser zou aflopen kon eigenlijk al vanaf het
begin worden voorzien.
Zodat operatie Kelk op de keper beschouwd ook nog eens een gigantische
verspilling is geweest van middelen, tijd en energie.
Ik citeer hier opnieuw gewezen federale procureur Van Leeuw tijdens de
hoorzitting van 21 maart vorig jaar.
Onze justitie heeft veel meer middelen nodig.
Dus de justitie gaat sowieso al gebukt onder een schrijnend, onder een
chronisch gebrek aan middelen.
Dus meneer Van Leeuw zegt, onze justitie heeft veel meer middelen nodig.
Ik hoor nu gelukkig dat niets zal worden bespaard op justitie.
Wanneer het huis echter al vijftien of twintig jaar een ruïne is en er
wordt beslist om nu geen besparingen te doen, dan vraag ik meer.
Ik vraag echte restauratiewerken voor justitie.
Einde citaat.
Ik kan deze woorden van de heer Van Leeuw alleen maar onderschrijven.
Justitie is een kerntaak van de staat, maar het is volgens mij in een
Belgische context, gelet op de rampzalige budgettaire situatie, een utopie
dat er ooit voldoende middelen zullen kunnen worden vrijgemaakt voor
justitie.
Ook daarom is een Vlaamse staat een bittere noodzaak.
Het Belgische fort is immers niet meer op te lappen.
Tussen enerzijds de inleidende vordering van het Brusselse parket van 21
juni 2010 tot instelling van een gerechtelijk onderzoek en anderzijds de
beschikking van de Raadkamer tot buitenvervolgingsstelling van 17 februari
2025 liggen meer dan veertien jaar.
Zoals ook de Hoge Raad voor de Justitierechts concludeerde in zijn verslag
uit 2024 over het bijzonder onderzoek Kelk, duurde het onderzoek in
operatie Kelk ongewoon lang naar de maatstaven van een correctionele
procedure.
Volgens het verslag van de Parlementaire Onderzoekscommissie is de
buitensporige duur het resultaat van een combinatie van factoren,
waaronder de complexe en onduidelijke regelgeving, de opeenvolging van
onderzoeksrechters en de gebrekkige dossieroverdrachten, de vele
procedurele incidenten en het archaïsche beheer van het strafdossier.
In bepaalde periodes lag het onderzoek gedurende maanden of zelfs jaren
stil, zonder dat daarvoor een aanwijsbare reden bestond.
Symptomatisch voor het procedurele slagveld dat operatie Kelk geworden is,
is de juridische strijd over de geldigheid van de inbeslagnames tijdens de
huiszoekingen te Mechelen in het aartsbischoppelijk paleis en in de woning
en het kantoor van kardinaal Daneels op 24 juni 2010.
Ik zou hier een volledig overzicht kunnen geven van allemaal die
procedurele veldslagen die er gestreden zijn daarover.
Het begon al in 13 augustus 2010 met een uitspraak van de Brusselse Kamer
van een beschuldigingsstelling en dan volgen er telkens weer Verbrekingen
door het Hof van Cassatie, terugverwijzingen of doorverwijzingen naar een
anders samengestelde Kamer van Inbeschuldigingsstelling, die dan opnieuw
het zij die huiszoekingen in Mechelen geldig verklaarde of nietig
verklaarde, dat werd dan weer verbroken door het Hof van Cassatie.
Het ging zomaar verder totdat uiteindelijk In 2012 de Kamer van
Inbeschuldigingsstelling heeft geoordeeld dat de huiszoekingen in het
aartsbischoppelijk paleis en in het kantoor en de woning van Godfried
Danneels ongeldig waren en dat de in beslag genomen stukken en dossiers
uit het strafdossier moesten worden verwijderd en moesten worden
neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
Het verzoek van het aardsbisdom Mechelen-Brussel en van de kardinaal tot
teruggeven van de dozen en stukken die bij die huiszoekingen in beslag
werden genomen, werd toen afgewezen.
Maar uiteindelijk, op 20 maart 2014, beval de Brusselse Kamer van in
beschuldigingsstelling op verzoek van het aarsbisdom Mechelen-Brussel, de
teruggave van alle voorwerpen en documenten die bij die huiszoekingen in
beslag waren genomen.
Dit zogezegd ter uitvoering van het arrest van de KI van 18 december 2012,
terwijl uit dat arrest juist voortvloeide dat de stukken moesten blijven
op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
Ik ga niet ingaan op alle factoren die in onderlinge combinatie de
buitensporig lange duur van het onderzoek in operatie Kelk kunnen
verklaren.
Ik zou wel even willen stilstaan bij de rol die de spanningen en het
verschil in visie tussen de diverse gerechtelijke actoren daarbij hebben
gespeeld.
Spanningen en meningsverschillen die minstens ten dele het gevolg lijken
te zijn van de uiteenlopende levensbeschouwelijke overtuigingen van de
betrokken personen.
Een aantal van de protagonisten had namelijk ontegensprekelijk een
uitgesproken katholiek of vrijzinnig profiel.
Het is overigens ongetwijfeld in die levensbeschouwelijk geladen sfeer dat
procureur-generaal Marc de le Cour besloot om een zogenaamd
multiconfessioneel team van magistraten te belasten met het onderzoek naar
de rechtsgeldigheid van de huiszoekingen en inbeslagnames van 24 juni
2010.
Zo'n multiconfessioneel team is toch wel een unicum, denk ik, in de
Belgische gerechtelijke geschiedenis. Dat betekent dat er etiketten,
levensbeschouwelijke etiketten, worden geplakt op magistraten. Wat toch
wel ten zeerste verontrustend is.
Spanningen en meningsverschillen waren er onder meer binnen het Brusselse
parket
Tussen het parket en het parket-generaal en tussen opeenvolgende
onderzoeksrechters, waarbij op een bepaald moment onderzoeksrechters zelfs
strafklachten tegen elkaar indienden.
De veelvuldige spanningen binnen justitie hebben niet bijgedragen tot de
voortgang en het goede verloop van het onderzoek, zoals eufemistisch wordt
opgemerkt in het verslag van de Parlementaire Onderzoekscommissie.
Die spanningen zijn er voor een groot deel te wijten aan de wijze waarop
operatie Kelk van start is gegaan.
Het begon allemaal met een zeer vage inleidende vordering waarmee het
Brusselse parket de onderzoeksrechter adviseerde.
Op 21 juni 2010 nam Brussels substituut Liesbeth Verlinden een vordering
tot het instellen van een rechtelijk onderzoek.
Ten einde, ik citeer "tegen X de ten laste legging uit te maken van als
dader of mededader aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging
op de persoon van een minderjarige jonger dan 16 jaar plus gezag."
Op dat ogenblik was er van schuldig verzuim nog geen sprake.
De inleidende vordering kwam er op basis van twee verklaringen van mevrouw
Halsberghe en beoogde de inbeslagname van de dossiers van de naar haar
genoemde commissie Halsberghe die even voordien waren gedeponeerd in het
Rijksarchief.
Mevrouw Halsberghe was de voorzitter van de in 2000 opgerichte
interdiocesane commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel
misbruik in een pastorale relatie.
Op 24 juni 2010 ging onderzoeksrechter de Troy echter niet alleen over tot
huiszoekingen en inbeslagnames te Brussel in het Rijksarchief, maar tevens
op vier andere plaatsen, waaronder te Mechelen, in de
Sint-Rombouts-kathedraal in het aartsbischoppelijk paleis, en in de woning
en het kantoor van kardinaal Danneels, en te Leuven bij de commissie
Adriaenssens, de opvolger van de commissie Halsberghe.
De honderden dozen die door een raam van de zolder van het
aartsbischoppelijk paleis naar buiten in een vrachtwagen werden gegooid,
leverden spectaculaire beelden op.
Volgens Liesbeth Verlinden, die als substituut binnen de sexy zeden van
het Brusselse parket de titularis van het dossier Operatie Kelk was, kreeg
de onderzoeksrechter samen met de vordering tot het instellen van een
rechtelijk onderzoek slechts twee pv's, waarin het enkel ging over de
dossiers van de commissie Halsberghe.
Het ging in die pv's niet over feiten of dossiers waar ook te landen.
Dat heeft mevrouw Verlinden letterlijk verklaard in de Parlementaire
Onderzoekscommissie.
Zij heeft tijdens de hoorzitting van 8 januari 2025 ook expliciet
verklaard dat de inbeslagname van de dossiers van de commissie
Adriaenssens en de huiszoekingen en inbeslagnames te Mechelen allemaal
gebeurden op basis van een beslissing van onderzoeksrechter de Troy
Zijzelf was er destijds van overtuigd dat de huiszoeking bij de commissie
Adriaenssens in Leuven zeker de saizine van de onderzoeksrechter
overschreed.
De dag na de omstreden huiszoekingen van 24 juni 2010 in onder meer Leuven
en Mechelen bezorgde mevrouw Verlinden aan onderzoeksrechter de Troy een
uitbreidende vordering lastens X uit hoofden van schuldig verzuim.
In het verslag van het bijzonder onderzoek van de Hoge Raad voor Justitie
staat hierover te lezen dat sommige tijdens het onderzoek gehoorde
personen de indruk hadden dat, ik citeer, met de uitbreidende vordering
van 25 juni 2010 er iets gerechtvaardig moest worden ten aanzien van de
huiszoekingen die daags voordien waren gebeurd.
Mevrouw Verlinden verklaarde hierover tijdens de hoorzitting voor de
Parlementaire Onderzoekscommissie dat de uitbreidende vordering er was
gekomen op verzoek van de onderzoeksrechter.
Haar uitleg, dat de dossiers toch al massaal in beslag waren genomen,
lijkt de these van een rechtvaardiging post factum te bevestigen.
Onderzoeksrechter de Troy zelf had het voor de onderzoekscommissie
trouwens ook over, ik citeer, het bijkomend vorderen van iets wat reeds
aan de gang was.
Ook al ontkende hij nadrukkelijk dat het ging om een rechtszetting van wat
verkeerd gelopen was.
De eindeloze procedureslag waarbij het ene na het ander arrest van de
Kamer van Inbeschuldigingsstelling werd gewezen, gevolgd door
cassatieberoepen en doorverwijzingen, is het gevolg van de controverse
over de vraag of de onderzoeksrechter op 24 juni 2010 al dan niet zijn
saizine had overschreden.
Zoals de onderzoekscommissie in haar verslag opmerkt, hebben de initiële
procedure-incidenten en de nasleep daarvan een blijvende impact gehad op
het verloop van het gerechtelijk onderzoek.
Daarbij komt dat in dit uitermate delicate dossier geen voorafgaandelijk
overleg tussen het Brusselse parket en het parket-generaal plaatsvond over
de aanpak van operatie Kelk en over de huiszoeking.
Dat heeft geleid tot grote argwaan bij het parketgeneraal.
En dat verklaart natuurlijk de vele dienstbrieven waarmee
procureur-generaal Marc de Le Cour er bij procureur Bulthé op aandrong om
duidelijkheid te verschaffen over het onderzoek.
De eerste dienstbrief dateert van onmiddellijk na de huiszoekingen van 24
juni 2010.
De procureur-generaal wilde weten wat nu het precieze voorwerp van het
onderzoek was en hij wees erop dat de bewoordingen van de inleidende
vordering nogal breedvoerig en onduidelijk waren.
De door het enigszins ontstuimige optreden van de onderzoeksrechter
gewekte argwaan van het parket-generaal, verklaart mijn zin ziens tevens
waarom reeds in een ongewoon vroeg stadium van het gerechtelijk onderzoek,
namelijk op 30 juli 2010, de controle van de regelmatigheid van de
rechtspleging door de Kamer van Inbeschuldigingsstelling werd gevorderd.
Bij arrest van 18 december 2012 heeft de Brusselse Kamer van in
beschuldigingsstelling uiteindelijk expliciet geoordeeld dat de
huiszoekingen te Mechelen, in het aartsbischoppelijk paleis en in het
kantoor en de woning van kardinaal Danneels neerkwamen op een verboden
fishing expedition.
Dat staat letterlijk in dat arrest van de KI te lezen.
En de KI was ook van oordeel dat gelet op de omvang van de overschrijding
van de cezine, moest worden aangenomen dat de onderzoeksrechter doelbewust
zijn cezine had overschreden.
Het tegen dat arrest ingestelde cassatieberoep werd verworpen.
Ongeveer twee jaar voordien, op 22 december 2010, had de Kamer van in
beschuldigingsstelling reeds geoordeeld dat de inbeslagnames van de
dossiers van de commissie Adriaenssens te leuven nietig waren.
Tegen dat arrest werd door geen enkele partij cassatieberoep ingesteld,
zodat dit oordeel toen al onherroepelijk werd.
Ik wil even ingaan op het lot van de commissie Adriaenssens.
Commissie Adriaenssens heette officieel de commissie voor de behandeling
van klachten over seksueel misbruik in een pastorale relatie en was
genoemd naar haar voorzitter kinderpsychiater Peter Adriaenssens.
Het was de opvolger van de commissie Halsberghe.
Na het ontslag van de Brugse Bischop van Geluwe op 23 april 2010, omdat
die man kennelijk zijn neef had misbruikt toen die nog minderjarig was,
explodeerde het aantal klachten dat de commissie Adriaenssens in ontvangst
nam.
In totaal hing het om 475 klachten.
Al die dossiers werden op 24 juni 2010 in beslag genomen.
Waarmee er een abrupt einde kwam aan de werkzaamheden van de commissie
Adriaenssens, want dokter Adriaenssens hield het enkele dagen later voor
bekeken en diende zijn ontslag in mede namens de overige leden van de
commissie Adriaenssens.
De honderden slachtoffers die hun vertrouwen hadden gesteld in Peter
Adriaenssens en die na vele jaren stilzwijgen hun schroom hadden
overwonnen om hun verhaal te vertellen over wat hun was overkomen, werden
ongewild betrokken in een gerechtelijke procedure, terwijl in de meeste
gevallen de feiten reeds jaren verjaard.
Ze kregen hun dossier nooit terug, ook al werd de inbeslagname ervan zoals
gezegd reeds in december 2012 nietig verklaard en werden de stukken uit
het dossier verwijderd.
Niemand heeft zich sindsdien iets aangetrokken van het leed van de
betrokken slachtoffers dat nog werd verergerd door de onrechtmatige
inbeslagname van hun dossier.
Justitie, nog de kerk, heeft iets ondernomen om hun leed of dat van hun
familie te verzachten.
In zekere zin werden zij eerst het slachtoffer van seksueel misbruik in de
kerk en nadien ook nog eens van operatie Kelk.
Tevens werd hun privacy in hoge mate geschonden, te meer dan de
onderzoeksrechter aan de advocaten van bepaalde andere partijen inzage
verleende in hun dossier.
Achteraf bezien, en zeker in het licht van het feit dat in de meeste
gevallen allang verjaard waren, is het legitiem om de vraag te stellen of
het niet beter zou zijn geweest om de commissie Adriaansens haar
werkzaamheden in alle sereniteit te laten voortzetten, ver weg van de
schijnwerpers van de media.
Tijdens de voorzitting van 21 maart 2025 heb ik overigens die vraag
gesteld aan voormalig minister van Justitie Stefaan de Klerck.
En hij antwoordde daarop het volgende.
Ik citeer.
U vraagt of ik dat spijtig vond.
Ik vond dat inderdaad spijtig.
Dat was ook de reden waarom ik informatie ingewonnen heb bij de
procureur-generaal en gevraagd heb of dat in overleg is gebeurd.
Achteraf denk ik dat veel slachtoffers beter geholpen hadden kunnen worden
mocht die commissie haar normale werk hebben kunnen voortzetten.
Met die multidisciplinaire aanpak waarbij een dossier naar justitie ging
als het moest en anders naar allerhande specialisten.
Einde citaat.
Ik ben geneigd, dames en heren, om deze mening te onderschrijven.
De justitiële aanpak biedt immers niet altijd de grootste kans op succes.
En uiteraard al helemaal niet voor slachtoffers van feiten die al decennia
verjaard zijn.
Slachtoffers van verjaard seksueel misbruik hebben vooral behoefte aan
erkenning en hulp.
De vele middelen die zijn opgeslorpt door operatie Kelk, die uiteindelijk
is uitgedraaid op een gerechtelijk fiasco, hadden misschien beter kunnen
worden aangewend om er een herstelfonds voor de erkende slachtoffers van
verjaard seksueel misbruik mee te spijzen.
Waaraan vanzelfsprekend een zeer grote bijdrage dient te worden geleverd
door de katholieke kerk.
Operatie Kelk, collega's, begon enigszins als een verfilming van een roman
van Dan Brown, waarbij vooral het openbreken van de graven van kardinaal
Mercier en kardinaal Sunens in de crypten van de Sint-Rombouts-kathedraal
op zoek naar een geheime bergplaats van dossiers van kindermisbruik in de
kerk tot de verbeelding spreekt.
Gaandeweg ging Operatie Kelk echter bij momenten lijken op de
legendarische televisiereeks De Collega's.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de verdwijning van de 445 originele processen
verbaal van de federale gerechtelijke politie van Brussel ergens in 2012.
Het klopt dat de regelmatigheid van de rechtspleging hierdoor volgens de
tarrest van de Kamer van Inbeschuldigingsstelling van 21 februari 2013
niet werd aangetast omdat naderhand eensluidende afschriften van de
verdwenen pv's toegevoegd werden aan het dossier.
Maar Het verhaal, collega's, van de verdwijning van 445 processen verbaal
op het kabinet van onderzoeksrechter de Troy, is toch wel hallucinant.
De officiële versie gaat als volgt.
In september 2011 ging de griffier van onderzoeksrechter met
zwangerschapsverlof.
Hoewel mevrouw Koppens werd vervangen, kwam zij tijdens haar verlof toch
nog regelmatig langs op het kabinet om verder te werken aan het dossier
Kelk.
Dit omdat de nieuwe griffier, die haar tijdens haar zwangerschapsverlof
verving, door de onderzoeksrechter niet bekwam of niet geschikt werd
geacht om zich met het dossier Kelk bezig te houden.
Mevrouw Koppes nam regelmatig dossiers mee naar huis.
Op een dag stonden er drie grote plastic zakken klaar om meegenomen te
worden door haar.
En de volgende dag merkte onderzoeksrechter de Troy en mevrouw Koppes dat
die zakken er niet meer waren.
De nieuwe griffier, die dus niet mocht werken aan het dossier Operatie
Kelk, legde daarover een verklaring af, die werd geacteerd in een proces
verbaal.
Het werd opgemaakt door mevrouw Callewaert, de opvolger van
onderzoeksrechter de Troy.
Laat ons zeggen dat mevrouw Callewaert en meneer De Troy niet bepaald de
beste vrienden waren.
Vandaar ook de wederzijdse klachten die zij tegen elkaar indienden.
Volgens die verklaring van de nieuwe griffier...
Hoorde zijn mevrouw Koppens tegen de heer Detroit zeggen dat zich in een
van de verdwenen zakken de originele pv's van operatie Kelk bevonden.
Vervolgens zal zijn mevrouw Koppens hebben horen bellen naar haar partner
die niemand minder was dan procureur des Konings Bruno Bulté.
Dus dat is ook iets waar de Hoge Raad voor Justitie trouwens een opmerking
over gemaakt.
Volgens de Hoge Raad voor Justitie is dat ook een dysfunctie dat dus de
partner van de procureur Desconings werkzaam is op het kabinet van de
onderzoeksrechter.
De verdwenen pv's mogen dan al vervangen zijn door eensluidende
afschriften.
Het blijft een feit dat die originele pv's van de federale gerechtelijke
politie nooit zijn teruggevonden.
Het blijft een mysterie hoe ze zijn verdwenen en waar ze naartoe zijn.
In het beste geval zijn ze per vergissing misschien meegenomen door een
poetsvrouw en zijn ze in een container beland, maar voor hetzelfde geld
zijn ze terechtgekomen in verkeerde handen en liggen de verklaringen van
de slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk als het ware te grabbel
op straat.
Het verhaal van de 445 Verdwenen PV's getuigt dus niet alleen van een
ongelofelijk amateurisme van justitie, dat volstrekt onaanvaardbaar is in
een delicate zaak als operatie Kelk, maar betekent dus nog maar eens een
potentiële grove schending van de persoonlijke levenssfeer van de
slachtoffers.
Collega's, dames en heren, ik maakte reeds de vergelijking met de
televisiereeks De Collega's.
Dit wordt algemeen beschouwd als een tragicomische reeks.
Mocht het hier niet gaan over een zo ernstige zaak als seksueel misbruik
in de kerk, dan zou ook operatie Kelk kunnen worden beschouwd als één
langgerekte tragicomedie.
Maar omdat de slachtoffers van seksueel misbruik hierdoor voor het leven
getekend zijn, zal ik het houden op de omschrijving van operatie Kelk als
een tragische en pijnlijke miskleun.
Een gerechtelijk fiasco over de hele lijn.
En dat, dames en heren, is alles behalve om te lachen.
Dank u wel, meneer Somers.
|